Velen van jullie wisten al dat reizen wel een beetje in ons zit..maar misschien niet iedereen had verwacht dat we dan ook echt vetrekken. 20 oktober begint onze reis, 19.00 uur op Schiphol naar onze eerste bestemming: Kathmandu, Nepal Een moment waar we beide hard naar toe hebben gewerkt, waar we de nodige keuzes voor hebben gemaakt, maar waar we ontzettend naar uitkijken! De ultieme vrijheid in het kunnen denken, het kunnen doen, het kunnen maken van keuzes, het kunnen gaan ervaren en ontdekken. beLEVEN in de breedste, in de hoogste en in de diepste zin van het woord...
We zullen proberen op deze site de impressies, gedachten, belevenissen te verwoorden die onze reis typeren. Wil je ons volgen of sturen, neem een kijkje op de site en voel je vrij om een reactie, nieuwtje of update te plaatsen.
lieve groet,
Heleen en Henk-Jan
The voyage of discovery is not in seeking new landscapes but in having new eyes. -Marcel Proust-
I see my path, but I don’t know where it leads. Not knowing where I am going is what inspires me to travel it. -Rosalia de Castro-
Na meer dan een half jaar loopt onze reis ten einde. Vandaag staan we op het punt vanuit Singapore naar Nederland te vertrekken. We kijken er heel erg naar uit om iedereen weer te zien, maar het zal ook wel maf zijn om terug te keren naar een totaal andere wereld.
Na Myanmar zijn we teruggevlogen naar Maleisie. Daar hebben we de laatste dagen van april de bruiloft van een vriend gevierd. Het was leuk om erbij te kunnen zijn en een totaal ander soort bruiloft mee te maken; een mix tussen hindoestaans en chinees!
Vervolgens hebben we de "nodige" rust genomen op een bijna verlaten strand op het eiland Tioman aan de oostkust van Maleisie. Daarna zijn we doorgegaan naar onze vrienden in Johor Bahru. Een stad vlakbij de grens met Singapore. Samen met Sathi & Vijaya, hun dochtertje en Vijaya's zussen hebben we een heel leuk lang weekend gehad.Gister zijn we de grens overgegaan naar Singapore en vannacht zullen we van hieruit terugvliegen naar Nederland. Spannend, leuk en gek.
We zullen de vrijheid van het reizende leven, de oosterse mentaliteit en levenswijze erg missen. Toch kijken we er erg naar uit iedereen weer te zien!
Met een rugzak vol herinneringen komen we gelukkig en voldaan terug. We zijn heel blij dat we aan de reis begonnen zijn en deze zo mogen beëindigen.
Myanmar of Burma is het land van goud, boeddhisme, longyi’s, tempels, geheim agenten en misschien wel de mooiste glimlachen van heel zuid-oost Azie.
Na Bangladesh hebben we een week in Kuala Lumpur doorgebracht om ons voor te bereiden op Myanmar. In tegenstelling tot onze verwachting verliep de aanvraag van een visum bijzonder soepel. Geld wisselen bleek meer een probleem te zijn. In Myanmar kent men geen pin automaten en is eigenlijk alleen de brandschone onbeschadigde Amerikaanse dollar bruikbaar. Eind maart zijn we aangekomen in Yangoon, de grootste stad en voormalig hoofdstad van Myanmar. Het vliegtuig zat tegen onze verwachting vol toeristen. Maart is het begin van de zomer en we hadden verwacht dat er niet zoveel mensen zaten te wachten op de dagelijkse temperaturen van 40°C of meer.
De bevolking in Myanmar is voor het overgrote gedeelte boeddhistisch. De nationale mode of cultuur voor zowel man als vrouw is het dragen van een “longyi”. Een lap stof die als wikkelrok gedragen wordt. Verder is de make-up die met name vrouwen, maar soms ook mannen dragen heel typerend. De make-up wordt iedere dag vers gemaakt van een mengsel van water en een bepaalde gemalen houtsoort, welke men in rondjes of vierkanten aanbrengt op de wangen of soms zelfs het hele gezicht, hals en armen.
Myanmar wordt op dit moment geregeerd door de militaire junta en, ookal doen aankomende verkiezingen misschien anders denken, wordt het bestuur van Myanmar beschouwd als een dictatuur. Er zijn verschillende gedachten over tourisme in Myanmar. Een bepaald percentage van je dagelijkse uitgave gaat namelijk altijd naar de overheid die dat geld vaak niet ten goede van de bevolking gebruikt. Met een beetje waakzaamheid kun je er echter wel voor zorgen dat het meeste geld op de goede plaats terecht komt. Burmezen zijn merkbaar blij met onze aanwezigheid en durven soms zelfs op fluistertoon hun gevoelens en meningen over de regering te uiten, al is de angst zeer groot in de problemen te raken. Zeker monniken spreken graag over de situatie en zijn erg geïnteresseerd in buitenlandse meningen en denkbeelden.
Door het regime lijkt de tijd soms stil te staan en is er weinig ontwikkeling. Vervoer gaat vooral met pick-ups. Afgeladen met mensen en bagage.De fietsriksja waar we zo gewend aan waren in India en Bangladesh, wordt in Myanmar vervangen door de trishaw. Een fiets met zijspan, waar twee passagiers rug aan rug in mee kunnen. Voor de grote afstanden tussen steden zijn er privé-busmaatschappijen, waar we zo veel mogelijk gebruik van gemaakt hebben. Reizen met de trein houdt namelijk in dat al je besteedde dollars, voor het vijf keer duurdere toeristenticket, direct naar de overheid gaan. In de bus is een bijkomend “voordeel” dat je ook nog eens verwend wordt met lokale films en westerse muziek met naar Burmees vertaalde teksten op een groot tv-scherm. Geen letterlijke vertaling, want dat past vaak niet binnen de denkbeelden van het regime. Zo hebben we ‘Do’, ’2 unlimited’ , ‘Vengaboys’ en ‘Shakira’ voorbij horen komen, tot vervelends toe. Helaas onontkoombaar, zelfs met oordoppen in, door het volume.
Tourisme in Myanmar betekent op de paden blijven. Paden die vaak leiden naar prachtige plaatsen als Bagan, Mandalay, Hsipaw. Maar ook paden die ophouden daar waar het interessanter wordt betreffende het land, cultuur en de politieke situatie. Van de paden afwijken is lastig. We hebben gemerkt dat we niet vaak alleen waren. Tijdens de treinreizen werden we altijd vergezeld door verschillende militairen. Ook is het meer dan eens voorgekomen dat er op straat naar onze plannen gevraagd werd of we stomweg verteld werden rechtsomkeert te maken. Het toppunt was een belegering van ons hotel in Yangoon door een groep soldaten die om half een ’s nachts een paspoortcontrole hielden en iedereen uit de nachtrust bonkten. Het gemis aan vrijheid om te doen en laten wat we wilden en het gemis aan vrijheid van de Burmese bevolking zich openlijk naar ons te uiten, heeft een bijzondere indruk achtergelaten.De communicatie die er was, verbaal of non-verbaal, is al meer dan de moeite waard geweest voor ons bezoek. Om nog niet te spreken over de schoonheid van de vele bezienswaardigheden.
Bij boeddhisme horen monastries, pagoda’s en monniken. Vroeg in de ochtend zijn overal monniken te zien die voor 11 uur hun voedsel op straat vergaren. Iedere mannelijke boeddhist moet tenminste 7 dagen in zijn leven monnik zijn geweest om vervolgens de keuze te maken monnik te blijven of niet. Door het hele land zijn duizenden met goud bedekte pagoda’s te vinden. De meest bekende is de Swedagon Paya in Yangoon met een hoogte van meer dan 100m, bedekt met de ongelofelijke hoeveelheid van 13.153 gouden platen en versierd met nog eens een enorme hoeveelheid diamanten en andere edelstenen.De pagoda’s en monastries waren keer op keer enorm indrukwekkend, maar voor boeddhisten natuurlijk veel meer dan dat. Dit zijn voor hen de plaatsen van aanbidding en dus van zeer grote betekenis.
Bagan is een plek waar deze toewijding van geloof onmiskenbaar is.Op een oppervlakte van zo’n 40km2 zijn hier meer dan 2000 tempels te vinden, wat nog maar de helft van van het oorspronkelijke aantal is. De pagoda’s zijn gebouwd rond 1100n.Chr. en zijn sprookjesachtig en betoverend om naar te kijken. Met name bij zonsopkomst of –ondergang wanneer de lucht kleurd en de mist tussen de bomen oplicht. Van dichtbij is het daarnaast nog eens zeer indrukwekkend om te ontdekken hoe zorgvuldig, tot in de kleinste en mooiste details de tempels in deze grote hoeveelheden gebouwd zijn.Ondanks de hitte en onverharde wegen is de beste manier om dit gebied te ontdekken op de fiets. Gelukkig valt de zomer samen met het waterfestival en werden we regelmatig verrast door groepen kinderen of voorbijrazende pick-ups die ons bombardeerden met water.
Het is fantastisch om te zien hoe kinderen, maar zeker ook hun ouders helemaal opgaan in dit vierdaagse waterballet ter ere van het nieuwe jaar. Behalve monniken ontkomt niemand eraan, genade bestaat niet. Het hele waterfestival is vergelijkbaar met koninginnendag, oud&nieuw en carnaval bij elkaar met een gemoedelijke en speelse sfeer. Het zijn vier dagen vol van stralende gezichten, spelende kinderen, muziek en optredens en veel drank. De laatste dag wordt meer gelaten beleefd en staat in het teken staat van de nieuwjaarsceremonies geleid door monniken en optochten.
Helaas zijn er tijdens het waterfestival drie bomaanslagen in Yangoon geweest twee dagen later gevolgd door een aanslag bij een dam in aanbouw in het noorden van Myanmar. Op het moment van de aanslagen waren wij gelukkig in Mandalay, waar waterfestival gevierd wordt als nergens anders in Myanmar.
Ook in Mandalay hebben we een fietstocht door de stad gemaakt. Met de fiets kom je nou eenmaal op plekken die je anders te makkelijk overslaat. Doelgericht gingen we op zoek nar de “goldleaf-workshops”. De goldleaf-workshop is indrukwekkend. Het proces hoe de flinterdunne puurgouden blaadjes, die boedisten op beelden en heilige plaatsten plakken is een langdurig handmatig proces. Urenlang worden de blaadjes goud door de mannen bewerkt met het slagwerk van een hamer en maken de vrouwen het proces af zodat de blaadjes klaar zijn voor verkoop en gebruik. We vervolgenden onze weg en kwamen via het ene zijstraatje in het andere. En plots stond Heleen temidden van een groep dansende meisjes , oefenend voor hun optreden tijdens het waterfestival, onbenullig maar vol plezier mee te dansen.Niet veel later stonden we letterlijk en figuurlijk stil bij een monastrie geheel gemaakt van teakhout, met op de achtergrond de mantra’s van biddende monniken.
Niet in heel Myanmar is het 40+°C. In het noordoosten, dichtbij de Chinese grens, hebben we het bergdorpje Hsipaw bezocht. Het dorpje zelf is meer een plek om even bij te komen van de ergste hitte en drukte. Het gaf ons de gelegenheid een dagtrekking te doen naar de traditionele dorpjes verder de bergen in, waar de mensen veel primitiever leven en nog niet beïnvloed zijn door toerisme.
Verder westelijk, in de omgeving van Pin u lwin, hebben we een motor gehuurd. In de morgen zijn we ten zuiden van het stadje watervallen gaan bezoeken en na de lunch zijn we richting het noorden gereden om de gevallen boeddha te gaan bekijken. Hier sprak een monnik ons aan en nam ons graag mee naar zijn school voor gehandicapten en blinden, waar hij les gaf. Het is bijzonder om te zien hoe zo’n school volledig met hulp van buitenaf en donaties tot stand is gekomen. Helaas steunt de overheid hierin niet, maar lijkt het overheidgeld meer besteedt te worden aan militaire faciliteiten in de omgeving, zoals prachtige woon- sport en leercomplexen voor de militairen.
Terug in Yangoon, onze laatste dagen in Myanmar, was er mede door de hitte niet meer ruimte dan terugblikken op onze Birma-reis. Ervaringen en meningen delen of discuseren met andere backpackers. Het land was zeker de moeite waard voor een bezoek. Niet alleen voor de schoonheid van Bagan, de levendige plekken in Mandalay, een indruk van platteland-en dorpsleven, maar vooral ook voor de hoop die mensen lijken te krijgen van de bezoekende buitenwereld.
Mochten de foto's niet laden, vernieuw dan de pagina of open enkel deze post door op de titel "Myanmar" bovenaan deze post te klikken. Gebruik van Mozilla Firefox werkt beter.
"Visit Bangladesh before tourist come"; is de slogan die de nationale tourisme organisatie van Bangladesh al jaren gebruikt om het land te promoten. Een sprekende titel die anno 2010 nog steeds gebruikt mag worden. Met uitzondering van de hordes lokale middenklassers en studenten die tijdens weekenden en feestdagen de magere bezienswaardigheden massaal belegeren, is er niet veel tourisme in Bangladesh. Hoewel je als buitenlander voortdurend het middelpunt van belangstelling bent, heb ik Bangladesh toch als heel verfrissend ervaren en is een tweede bezoek zeer waarschijnlijk. Een fantastisch land voor fotografie, maar een hart van steen is vaak wel noodzakelijk...
Begin maart heb ik de trein van Kolkata naar Dhaka genomen. Een luxe trein die je neemt van de sloppenwijken van Kolkata door de groene uitgestrekte rijstvelden van Bangladesh tot de sloppenwijken van Dhaka.
Dhaka, de hoofdstad van Bangladesh, is een verschrikking. Het verkeer is er zo druk en chaotisch dat mijn eerste gedachte was hoe hier zo snel mogelijk weg te komen. Auto's, bussen en CNG's met plaatwerk dat al lang geleden last begon te krijgen van metaalmoeheid door de vele deuken en uitdeukpogingen. Heet, klam en warm zit ik een taxi die zich in stapjes van gemiddeld 3 meter verplaatst, gevolgd door een pauze van 5 minuten. File, altijd file. Over een stuk van 12km deed ik uiteindelijk bijna twee uur.
Wat opvalt in Bangladesh zijn de mensen en wat de mensen opvalt is een blanke tourist. Aandacht, intense aandacht van soms wel 30 mensen die zich met verbaasde blikken om je heen vouwen. De mensen zijn enorm nieuwsgierig vooral als het gaat om een westerling die sommige nog nooit gezien hebben en anderen zelden. Ze zijn hongerig naar kennis, stellen heel veel vragen en hebben overal een mening over die ze graag met je delen. Sommigen spreken een woordje Engels en gaan het lijstje vragen af dat iedere Bengalees lijkt te kennen. De een kent meer vragen dan de andere, maar zelfs al kennen ze alleen "I am fine, thank you" en weten ze totaal niet in welke context het te gebruiken, doen ze het toch. Soms was communicatie erg lastig gezien ik geen Bangla spreek en zelfs met een Pointit-boekje vol foto's kwam ik niet veel verder. Zodra men eenmaal pagina voor pagina alle plaatjes minutieus gaat bestuderen, ben je snel een half uur verder en je doet er dus soms verstandiger aan het boekje in je zak te houden. Bengalen zijn trots, energiek en puur. Van trotse mensen die het hogerop hebben weten te schoppen tot de gespierde en bezwete ultiem hardwerkende arbeiders op het land of in de fabriek met altijd tijd voor een glimlach. Stuk voor stuk mensen die mijn diepste respect verdiend hebben. Bangladesh is een mannenland en het straatbeeld wordt dus ook gedomineerd door mannen en kinderen. Het merendeel van de bevolking is Islamitisch, toch is naar schatting slechts 30% van de vrouwen gesluierd en zijn boerka's eigenlijk alleen op het platteland te zien. Het is een land dat in mijn opinie verder is dan India. In de kranten staan regelmatig pro-vrouwen artikelen, een landelijk verbod op het gebruik van plastic draagtasjes en bijna al het verkeer dat op aardgas rijdt. Toch zijn vervuiling, kinderarbeid en armoede nog een groot probleem. Veel arbeiders trekken naar Dhaka in de hoop op een beter leven. Hierdoor is de stad overbevolkt en zijn veel mensen werkeloos. Van de in totaal 12,5 miljoen inwoner verdienen naar schatting bijna 800.000 mensen hun geld als fietsriksja walah. Je moet dus niet raar opkijken wanneer je al voor twee uur met duizenden andere riksja's in de file staat, met allemaal voorwiel tegen achteras. Dhaka is verder als iedere andere wereldstad, met grote kantoorgebouwen, dure winkels, uptown burgers en achterstandwijken. Het platteland kent weinig van de chaos in de hoofdstad. Zelfs Chittagong, de tweede grootste stad, is een verademing bij Dhaka. Het grootste gedeelte van het platteland bestaat uit akkerbouw en water. De natuur is schitterend met de groene rijstvelden, theeplantages en mangrovebossen. Met een luxe boot heb ik een tocht gedaan van Dhaka naar Kulna, met als doel de Sunderbans. Dit is een nationaal park in het zuidwesten van het land met prachtige natuur en dieren. Het is onder anderen het leefgebied van de Bengaalse tijger, al heb ik opnieuw niet meer gezien dan alleen voetafdrukken.
17 maart is Heleen met de trein naar Dhaka gekomen. De volgende dag zijn we samen met de bus naar Srimangal gegaan, een dorpje midden in de theeplantages in het noord oosten van Bangladesh. Reizen met de bus wordt in het algemeen afgeraden. De wegen zijn vaak smal en de chauffeurs weten alleen het gaspedaal te vinden. Zware ongelukken zijn dan ook aan de orde van de dag. Gezien ik goede ervaringen had met een privé maatschappij op de meest beruchte "snelweg" van Bangladesh, hebben we het toch gewaagd. Tijdens de weken dat ik alleen door het land reisde heb ik vaak gedacht dat het goed was dat Heleen er niet bij was. Ik vroeg me vaak af of zij als vrouw zich op haar gemak kon voelen in sommige situaties. Heleen heeft in tegendeel Bangladesh heel erg positief ervaren. Ik heb me verbaasd over hoe behulpzaam en respectvol de mannen met haar omgingen, zonder ooit te dicht bij te komen.
Drie weken was eigenlijk iets te kort, maar Bangladesh staat zeker op de agenda opnieuw bezocht te worden!
Waar je ook bent in Bangladesh je bent nooit ver weg van een steenfabriek. In de verte is er altijd wel schoorsteen te zien die zijn zwarte rook uitspuuwd.
De 6000-7000 steenfabrieken waarvan de helf illegaal schijnt te zijn, zijn samen goed voor zo'n 2 miljoen stenen per jaar. De ovens worden gestookt met hout, kolen en soms zelfs autobanden. Een hogere schoorsteen resulteerd in een efficientere oven met een hogere temperatuur wat de kwaliteit van de stenen ten goede komt. Helaas verbranden deze ovens ook meer brandstof en gaat er per jaar een vierde van de totale houtproductie in Bangladesh op aan het bakken van stenen.
De grondstof voor de stenen bestaat uit klei, zand en aarde wat gemixt wordt met water. Vervolgens wordt met de hand de klei in een mal gestopt, waarna de mal wordt omgekeerd en de steen in de zon gedroogd wordt. Steen voor steen.
De fabrieken bestaan vaak uit een centraal afvoerkanaal met aan weerszijden een oven. Zo kan terwijl de ene oven op temperatuur is de andere leeggehaald of gevuld worden.
Halverwegen op de weg tussen Chittagon en Hathazari heb ik een van deze fabrieken bezocht. Na een kort gesprek met de manager van de fabriek kreeg ik toestemming rond te lopen en foto's te maken. Met stenen hoog opgestapeld op hun hoofd, waren oranje bestofte mannen stenen in en uit de oven aan het tillen.
De andere oven was in werking. Het drong pas tot me door hoe heet de bovenkant van de oven geweest moest zijn, toen ik een jongen lunch van curry en rijst bovenop de oven aan het bereiden zag. Even daarvoor had ik gedaan of ik het waarschuwende gefluit van de mannen niet had gehoord toen ik niet ver van de jongen foto's aan het maken was.
Het is een prachtig spektakel te zien hoe van een hoop klei een stapel stenen gemaakt wordt. Helaas wordt echter vandaag de dag bijna het hele proces nog met de hand gedaan. De brandende zon, de hete oven, de zware stenen en het stof maken het werken op een brickfield zeker geen pretje. De mannen hier zijn een van de hardst werkenden die ik in Bangladesh gezien heb.
Langs de kust ten noorden van Chittagong zijn de zogenaamde "Ship-Breaking Yards" te vinden. Een controversiële industrie waar enorme schepen stuk voor stuk niet in mootjes gehakt, maar gesneden worden.
Om 6 uur in de morgen zaten we in de CNG (de op aardgas aangedreven riksja van Bangladesh) op weg naar de Ship-Breaking Yards. Na een minuut of 20 wees alles er op dat we op de goede weg zaten. Langs de weg etaleren tientallen handelaartjes de meest uiteenlopende verzamelingen sloop uit de schepen. Van scheepinterieur en reddingsloepen tot enorme diesels. Onvoorstelbaar wat een brokken staal sommigen op hun erf hebben liggen. Niet veel later zagen we de zee en de eerste enorme schepen aan de kust. We moeten vlak bij Bhatiara geweest zijn.
Door alle negatieve aandacht in de media, welke zeker gegrond is, is het bijna onmogelijk geworden de werven te bezoeken. Een van de kamerjongens van het hotel in Chittagong had ooit op een van de werven gewerkt. Toen ik hem vertelde dat ik een bezoek gepland had, bood hij me aan te helpen. Hij had nog wat vrienden op de werf die wel een oogje toe wilden knijpen.
Ergens langs de weg doken we een zijpad in richting de kust. Het was belangrijk dat ik mijn camera in mijn tas liet en zei dat ik tourist ben, maakte de jongen me duidelijk. We stappen door een golfplaten omheining en daar stonden we dan. Voor ons een stuk of 6 enorme schepen. Allemaal aangevreten alsof een enorme reus er een hap uit genomen had. De boten lagen vrij ver van de kust in de modder. Gigantische schepen van olietanker tot containerschip. Af en toe hoorden we zware geluiden van wat enorme vallende brokken staal geweest moeten zijn.
Toen werd er vanaf een olieafwerkplek 50m verderop naar ons geschreeuwd 'no pictures'. We zagen hoe mannen op hun blote voeten met grote olievaten sleurden en de olie overgoten. Wat niet in het vat paste liep tussen de vaten het zand in.
Even verder zuidelijk was een groep mannen een dikke staalkabel vanuit een lier helemaal naar een van de schepen aan het trekken. Alles met de hand en op blote voeten! Zodra een deel van de romp is losgesneden, wordt hieraan de kabel bevestigd waarna de lier het stuk romp van het schip de kust optrekt. Hier worden de grote brokken door een leger aan jongens met snijbranders helemaal klein gesneden. Hele krukassen van massief staal ter grote van een gemiddelde stadsbus worden zo met de hand kleingemaakt. Toen ik wat foto's maakte van de arbeiders, werd het de jongen te heet onder de voeten en vroeg mijn camera op te bergen en snel weg te gaan. Hij gaf de bewaker een biljet en we liepen terug naar de CNG.
We probeerden nog twee werven op te komen, maar werden bij de poort tegengehouden door de bewaking. Ik kreeg van de verte wel een goede indruk van de schaal waarop hier gewerkt wordt en schatte dat er zo'n 50 schepen lagen waarvan sommige toch zeker tot de grootste ter wereld moesten behoren.
Bij de derde poging hadden we geluk. Voor 50 taka (0,5 euro) kwamen we langs de bewaking en stonden we tussen weer andere schepen. De voorwaarde was dat ik geen foto's zou maken, maar eenmaal uit het zicht wist ik er toch nog een paar te maken. Op de terugweg naar de poort liepen we langs een witte asbest plaat, de jonge wees ernaar en zei; "If breath in, very bad. After some time cancer". Kennelijk kent in ieder geval hij de gevaren van dit werk. Het feit is dat veel van deze mensen erg arm zijn, dat bewees de 50 taka wel die genoeg was de bewaker de andere kant op te laten kijken (overigens was 30 taka genoeg geweest, maar we hadden geen kleiner geld bij ons).
Comments [2]